
Antroposofie
In mensen leeft de vraag naar het hoe en het waarom van het bestaan. Antroposofie
stelt dat zulke vragen in principe beantwoord kunnen worden, ook als die antwoorden
ons denken voorbij de grenzen voeren van de meet- en weegbare, materiële
wereld. Juist omdat antroposofie in haar onderzoek geestelijke realiteiten betrekt,
heet zij ook wel 'geesteswetenschap'.
De antroposofische geesteswetenschap geeft de wegen aan waarop deze antwoorden
kunnen worden verkregen, scherpt instrumenten voor het oordeelsvermogen en beschrijft
de samenhang van de verkregen inzichten. Zij wekt daarmee in individuele mensen
het vermogen te handelen op basis van vrijheid en eigen inzicht.
Antroposofie vindt haar toepassing in verschillende maatschappelijke instellingen
in Nederland: op het gebied van de pedagogie, de biologisch-dynamische landbouw,
de geneeskunde, de heilpedagogische instituten. Ook op het gebied van cultuur
en economie werkt antroposofie inspirerend, onder andere in kunstvormen als
euritmie, toneel en architectuur, in organisatie-advieswerk en op bancair gebied.
(Bron: Antroposofische
Vereniging)

Vrijeschool
We streven in de opvoeding naar een zo breed mogelijke ontwikkeling van menselijke
vermogens. Dan gaat het zeker niet alleen om het verwerven van kennis, maar
vooral ook om ontwikkeling van gevoel voor het sociale en het kunstzinnige en
om het verkrijgen van ambachtelijke en technische vaardigheden. Hiermee wordt
een stevige basis gelegd voor het latere leven en voor het functioneren in de
maatschappij. We gaan ervan uit dat ieder met het leven een eigen bedoeling
heeft en er innerlijk vrij naar wil streven om die waar te maken. Opvoeding
moet daarbij ondersteunen. Dat vereist vakkennis natuurlijk, maar vooral ook
inzicht in de verschillende levensfasen van de jonge mens en het vermogen om
waar te nemen wat elk kind aan mogelijkheden in zich draagt. Vrijeschoolouders
hoor je dan ook vaak zeggen: "Mijn kind wordt gezien".
|
|
Natuurlijk moeten kinderen leren rekenen en schrijven, omgaan met de computer,
les krijgen in vreemde talen, in aardrijkskunde en geschiedenis, en kennis maken
met vakken als wiskunde, scheikunde en biologie. Hiermee leggen ze een basis
voor hun toegang tot hoger onderwijs en beroepsvoorbereiding. Daarnaast krijgen
ze op de vrijescholen een omvangrijk aanbod aan kunstzinnig en ambachtelijk
onderwijs. Vakken als schilderen, muziek, toneel, handenarbeid en euritmie (bewegingskunst)
zijn niet alleen bedoeld om de creativiteit te stimuleren. Ze dragen ook bij
aan een brede en evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling. Of, zoals het ook
wel wordt genoemd, aan de ontwikkeling van hoofd (verstand), hart (gevoel) en
handen (daad- en scheppingskracht).
(Bron: Vereniging van
vrijescholen)
 |